Algemeen

Aardappeltelers hebben verschillende methodes om te voorkomen dat phytophthora hun aardappelgewas aantast.

  1. Preventieve maatregelen zoals gewasrotatie, gezond pootgoed en een goede bedrijfshygiëne.
  2. Rassenkeuze: er bestaan aardappelrassen die minder gevoelig zijn voor Phytophthora.
  3. Het gebruik van fungicides: dit is de meest algemene vorm van Phytophthora-bestrijding. Voor de inzet wordt gebruik gemaakt van beslissingsondersteunende systemen. Hierdoor wordt de inzet van middelen zo optimaal mogelijk benut. Bekijk ook: 'Zorvec Enicade'
  4. Afdoden / verwijderen van loof dat besmet is met Phytophthora. Dit voorkomt dat besmette bladeren de knollen of andere planten infecteren. Hierbij gaat wel een deel van de potentiële opbrengst verloren, omdat de aardappelplant na het afdoden/verwijderen stopt met groeien.

Hoewel het ene aardappelras beter tegen Phytophthora bestand is dan het andere, zijn er nog geen echt volledig resistente aardappelrassen beschikbaar. Het spuiten van fungicides is daarom de voornaamste methode die gebruikt wordt om Phytophthora in aardappels tegen te gaan. Gedurende het groeiseizoen spuit een aardappelteler geregeld tegen Phytophthora om een infectie te voorkomen.