Historie

 

    Internationale aardappelcrisis in 1845

    De aardappelziekte, veroorzaakt door de waterschimmel Phytophthora Infestans, zorgde in West-Europa voor het eerst voor grote problemen in de zomer van 1845. De aardappeloogsten in heel West-Europa mislukten. Er ontstonden grote voedseltekorten. Waarschijnlijk kwam de besmetting van besmette aardappelen die vanuit Mexico of Noord-Amerika via Vlaanderen Europa binnen kwamen. Jaren achtereen volgden slechte aardappeloogsten.

    Gevolgen

    Vooral de Schotse Hooglanden en Ierland werden zwaar getroffen. Een deel van de bevolking stierf van de honger en ruim 1,5 miljoen Ieren emigreerden naar de Verenigde Staten om de honger te ontvluchten. Binnen enkele jaren was de Ierse bevolking gehalveerd. Behalve in Ierland vielen ook in België (40.000 – 50.000) en Pruisen (42.000) veel doden. Op de lange termijn zorgde het voedseltekort voor een flink lager geboortecijfer. Door deze internationale ramp nam de interesse om gewassen te beschermen tegen deze plantenziekte sterk toe.

    Bordeauxse pap

    Phytophthora heeft nog tot laat in de 19e eeuw de opbrengsten van de aardappelteelt sterk negatief beïnvloedt. Een efficiënte bestrijding werd pas mogelijk na de introductie van een op koperzouten gebaseerd middel. Dit middel werd ‘Bordeauxse pap’ genoemd en werd in 1890 geintroduceerd. Het middel was afkomstig uit de wijnbouw. Het bijzondere is dat dit middel een lange tijd niet of nauwelijks werd ingezet bij de teelt van aardappelen. Men zag namelijk het telen van minder vatbare en vroegere soorten als de enige oplossing. Hoewel in de veredeling van minder vatbare rassen in de loop van tijd belangrijke resultaten zijn geboekt, is het niet gelukt om het phytophthora-probleem via veredeling volledig op te lossen. Tot op de dag van vandaag zetten akkerbouwers gewasbeschermingsmiddelen in om hun aardappelgewas te beschermen tegen deze hardnekkige ziekte.