Ziekte-ontwikkeling

Phytophthora overwintert in knollen of als oospore in de grond en verspreidt zich bij nat en broeierig weer normaal gesproken met name in de  maanden juni, juli en augustus. Door de mildere winters wordt de eerste aantasting ook al eerder gevonden op bijvoorbeeld afvalhopen, aardappelopslag en vroege aardappelen (deels onder plastic geteelt). De waterschimmel wordt zichtbaar in de vorm van bruine vlekken omzoomd door een witte donzige rand van zwamdraden. Deze zwamdraden produceren grote hoeveelheden sporen die tijdens een regenbui op en in de grond komen, waar ze vervolgens de knollen aantasten. Wanneer deze eenmaal zijn geïnfecteerd vertonen ze al gauw bruine vlekken die diep in het vruchtvlees binnendringen.

Ideale omstandigheden

Phytophthora gedijt het beste bij gematigde temperaturen en een hoge relatieve luchtvochtigheid. Het West-Europese klimaat is gemiddeld genomen gunstig voor de aardappelziekte.

Dagdeel Weersomstandigheden Voordeel voor de schimmel
's avonds en 's nachts Hoge luchtvochtigheid (veel dauw) Sporen kunnen kiemen en het blad binnendringen.
's ochtends Opklaringen en wat wind Phytophthora kan zich goed ontwikkelen en nieuwe sporen vormen. Door droging en de wind kunnen de sporen wegwaaien en op een nieuw(e) plant/blad terechtkomen
's middags Lichte regen Door de regen worden de bladeren weer vochtig en kunnens poren zich verplaatsen over het blad of de plant.