Fungiciden

Het aardappelgewas kan beschermd worden tegen Phytophthora Infestans door geregelde bespuiting met fungiciden. Er zijn diverse fungiciden geregistreerd met verschillende soorten werkingsmechanismes, bestrijdingsspectra en andere specifieke kenmerken.

EuroBlight is een Europese netwerk van wetenschappers en andere specialisten werkzaam op gebied van de aardappelziekte (Late Blight is het Engelse woord voor phytophthora). Euroblight heeft voor de te gebruiken fungicides tegen phytophthora effectiviteitstabellen ontwikkeld. De scores voor bestrijding van Phytophthora Infestans zijn gebaseerd op onafhankelijke proeven. Deze zijn door EuroBlight uitgevoerd over meerdere jaren en op diverse locaties in Europa. 

Bron: EuroBlight Late Blight
* Zorvec Enicade + partnerproduct

De middelen worden beoordeeld op de volgende eigenschappen:

  • Bladbescherming
    Een numerieke score op schaal 1-5 welke voortkomt uit minimaal 6 proeven uitgevoerd door de Euroblight leden.
     
  • Knolbescherming
    Een numerieke score op schaal 1-5 welke voortkomt uit minimaal 6 proeven  proeven uitgevoerd door de Euroblight leden . De knolbescherming kan het gevolg zijn van een goede bladbescherming en/of specifieke werking op de sporen tijdens het transport van sporen in regenwater naar de aardappelknol.
     
  • Bescherming van nieuwe groei
    De scores voor de bescherming van nieuwe groei geven aan in hoeverre nieuwgevormd loof beschermd wordt door de systemische of translaminaire verplaatsing of de herverdeling van een fungicide.
     
  • Stengelbescherming
    Effectieve bestrijding van stengelinfectie door direct contact of door (lokaal-) systemische werking.
     
  • Regenvastheid
    Een fungicide wordt als regenvast beschouwd als het na de behandeling voldoende is opgedroogd of is opgenomen door het gewas, zodat het nog steeds werkt na regen of beregening.
  • Werkingsmechanisme
    Preventief: Sporen gedood voor of tijdens ontkiemen/penetratie. Het fungicide moet aanwezig zijn op/in het loof of de stengels voordat de sporen ontkiemen en binnendringen.
    Curatief: Het fungicide is actief tegen Phytophthora infestans gedurende de periode direct na besmetting, maar voordat symptomen zichtbaar worden
    Anti-sporulatie: Het fungicide beïnvloedt Phytophthora infestans lesies door het verminderen van sporenvorming en/of het verminderen van de levensvatbaarheid van de gevormde sporen.
     
  • Mobiliteit in de plant
    Contact, translaminair of systemisch.
    Contactmiddelen zijn immobiel op de buitenkant van de plant aanwezig. Daar doen ze hun werk als sporen van buitenaf op het gewas landen en zo in contact komen met het fungicide.
    Translaminaire middelen worden opgenomen in de plant en zijn beperkt mobiel in de plant, b.v. naar de onderkant van het blad. Zo worden boven en onderkant van het blad beter beschermd.
    Systemische middelen zijn mobiel in de plant en kunnen ook verder afgelegen plantdelen bereiken.
     
  • Introductiejaar
    Het eerste jaar waarin het fungicide is geïntroduceerd in Europa.

Bekijk ook: 'Zorvec Enicade'