Phytophthora Infestans

 

    De aardappelteelt kent verschillende ziekten en plagen, maar ‘de aardappelziekte’ (Phytophthora) vormt de grootste bedreiging in teeltregio’s met een gematigd klimaat. Daarnaast zorgt in de tweede helft van de teelt Alternaria als tweede schimmelziekte ook voor opbrengstderving. Andere bedreigingen zijn nematoden (aaltjes zoals Globodera pallida, Globodera rostochiensis en Meloidogyne spp), insecten/kevers (zoals luizen en coloradokever)  en enkele bacterieziekten zoals bruinrot (Ralstonia solanacearum), ringrot (Clavibacter michiganensis) en zwartbenigheid (Dickeya spp).

    Phytophthora vraagt de aandacht van elke aardappelteler. Phytophthora infestans is berucht vanwege de grote schade die het kan veroorzaken en de snelheid waarmee het zich kan verspreiden. Het gewas sterft af en ook reeds gevormde knollen worden aangetast. In het Engels wordt de ziekte ‘Blight’ genoemd. ‘Blight’ staat voor ziekte of vuur en verwijst naar de snelheid waarmee een gewas door Phytophthora wordt vernietigd.

    Een waterschimmel

    De aardappelziekte wordt veroorzaakt door de oömyceet Phytophthora infestans, een schimmelachtig organisme. Hoewel het qua uiterlijk op een schimmel lijkt, is het dat niet. Phytophthora is een waterschimmel. Deze groep van organismen lijkt op schimmels, maar hebben ook wat weg van algen. Waterschimmels hebben een celwand die van ander materiaal is opgebouwd dan die van schimmels, ze zijn diploïd of triploïd en hun sporen kunnen ‘zwemmen’ met een zweepstaart.

    Na infectie van een plant zijn al na 3-5 dagen nieuwe laesies (bladvlekken) zichtbaar, die onder vochtige omstandigheden direct sporen vormen en verspreiden. Phytophthora verspreidt zich zoals gezegd razendsnel. Hierdoor kan in korte tijd een heel perceel worden aangetast. Door de opkomst van nieuwe, agressievere stammen van Phytophthora is de levenscyclus korter geworden. Verspreiding van de aantasting gaat hierdoor steeds sneller.

    Net als alle andere levende organismen is Phytophthora infestans onderhevig aan natuurlijke mutaties. Hierdoor worden als het ware continue nieuwe varianten gecreëerd. De meest nieuwe varianten doen het slechter dan bestaande varianten en zullen niet overleven. Heel af en toe ontstaat er echter een betere variant die wel succesvol is en in staat is de oude minder fitte varianten te verdringen. Dit is het mechanisme achter het steeds korter worden van de levenscyclus.

    Mutaties in combinatie met selectiedruk die bijvoorbeeld wordt uitgeoefend door fungiciden of resistente rassen selecteert als het ware Phytophthora infestans varianten uit die minder gevoelig zijn voor de actieve stof of het resistentiegen. Dit is het mechanisme achter het ontstaan van fungiciden-resistentie en doorbraak van resistente rassen.

    Momenten die extra aandacht vragen

    Het hele seizoen dreigt, bij vochtige omstandigheden, het gevaar van Phytophthora-aantasting, vanaf het moment van opkomst tot aan de oogst. Toch zijn er een aantal momenten in de teelt die extra aandacht vragen:

    • Snelle loofgroeifase: er is veel onbeschermd nieuw gevormd blad en jonge stengels.
    • Lange bladnatperiode: bevordert vorming, verspreiden en ontkiemen van sporen.
    • Wisselvallig weer: Deze omstandigheden zijn gunstig voor de schimmel en de nattigheid zorgt er soms voor dat er weinig geschikte momenten zijn om te spuiten.
    • Schakelen van middel: bij overgang van loofgroei- naar knolgroeifase. Het is van belang om tijdig rekening te houden met knolbescherming. Eenmaal in de grond kunnen sporen makkelijk twee weken overleven en infecteren. Het is dus beter om te voorkomen dat ze levend in de aardappelrug terecht komen.